Einde aan tijdelijke huurcontracten
De Wet vaste huurcontracten is op 1 juli 2024 in werking getreden. De belangrijkste wijziging: verhuurders mogen geen tijdelijke huurcontracten meer aanbieden voor zelfstandige woonruimte. Elk nieuw huurcontract voor een zelfstandige woning is voortaan een contract voor onbepaalde tijd.
Voorheen konden verhuurders huurcontracten afsluiten voor maximaal 2 jaar (zelfstandige woonruimte) of 5 jaar (onzelfstandige woonruimte/kamers). Na afloop van deze periode eindigde het contract automatisch, zonder opzegging.
Impact op woningsplitsing
Zelfstandige woningen na splitsing
Na een bouwkundige splitsing ontstaan twee of meer zelfstandige wooneenheden (met eigen voordeur, keuken, badkamer). Voor deze eenheden geldt de Wet vaste huurcontracten: alleen huurcontracten voor onbepaalde tijd.
Dit betekent:
- Minder flexibiliteit voor de verhuurder
- Huurders hebben volledige huurbescherming
- Opzeggen kan alleen op de wettelijke gronden (wanbetaling, dringend eigen gebruik, etc.)
Kamerverhuur (onzelfstandig)
Bij kamerverhuur (onzelfstandige woonruimte) zijn tijdelijke contracten nog wél toegestaan tot maximaal 5 jaar. Dit is relevant bij omzetting naar kamerbewoning (met omzettingsvergunning) in plaats van bouwkundig splitsen.
Uitzonderingen
Er zijn enkele uitzonderingen op het verbod op tijdelijke contracten:
- Verhuur aan studenten die een opleiding volgen (campuscontract)
- Verhuur bij urgente huisvestingsbehoefte (statushouders, etc.)
- Verhuur bij tijdelijke terugkeer van de verhuurder (diplomatenclausule)
- Verhuur op basis van de Leegstandwet
Wat betekent dit voor je rendement?
De combinatie van de Wet betaalbare huur en de Wet vaste huurcontracten verandert het verdienmodel van woningsplitsing voor verhuur:
- Huurprijzen zijn gemaximeerd (Wet betaalbare huur)
- Contracten zijn voor onbepaalde tijd (Wet vaste huurcontracten)
- Opkoopbescherming beperkt koop-voor-verhuur
Dit maakt splitsing voor verhuur minder speculatief maar ook minder flexibel. Grondig rekenen vooraf is essentieel.